Читаем Нидерландский шутя. 150 анекдотов для начального чтения полностью

Een reiziger staat aan de incheckbalie op de luchthaven. Hij heeft drie koffers bij en zegt tegen de baliebediende:

– Deze koffer naar Milaan, die naar Barselona en deze naar Moskou.

De bediende protesteert:

– Maar mijnheer, dat kunnen wij toch niet doen!

De reiziger:

– Jawel, dat kunnen jullie wel. Jullie hebben het namelijk verleden keer ook met mijn koffers gedaan.

Sint-bernard

(Сенбернар)

– Zoals mijn sint-bernard bestaat er geen tweede hond (такой, как мой сенбернар, другой собаки не существует = подобно моему сенбернару; bestaan – существовать, иметься), pocht Joris tegen zijn buurman (хвастает Йорис своему соседу).

Buurman: – Wat is er dan voor bijzonders aan hem (что есть тогда за особенное в нем = что в нем тогда такого особенного)?

Joris: – Hij brengt me elke dag de krant (он приносит мне каждый день газету).

Buurman: – Nou en (ну и /что/)?

Joris: – Ik heb helemaal geen abonnement (у меня вообще нет абонемента; helemaal – совсем, совершенно, вовсе)!

– Zoals mijn sint-bernard bestaat er geen tweede hond, pocht Joris tegen zijn buurman.

Buurman: – Wat is er dan voor bijzonders aan hem?

Joris: – Hij brengt me elke dag de krant.

Buurman: – Nou en?

Joris: – Ik heb helemaal geen abonnement!

Boxer

(Боксер)

Een man gaat naar een dierenwinkel (один мужчина идет в зоомагазин). Hij vraagt de verkoper (он спрашивает продавца) of hij ook een hond voor de bewaking te koop heeft (имеется ли у него в продаже также пес для охраны; bewaken – сторожить, караулить, охранять; koop – покупка, te koop – продается /в объявлениях/: «к покупке»; kopen – покупать). Na enig zoeken (после некоторого поиска) gaat de man met een hond naar huis (мужчина идет с собакой/псом домой). Twee weken later (две недели спустя) komt hij terug bij de dierenwinkel (он приходит обратно в зоомагазин). Hij vraagt de verkoper (он спрашивает продавца):

– Wat heb ik nu aan zo’n hond (что мне теперь делать с таким псом/какая мне теперь польза от такого пса). Elke keer als de bel gaat (каждый раз, когда звонок звонит) gaat hij in de hoek zitten (идет он в угол садиться = он идет и садится в угол).

Waarop de verkoper antwoordt (на что продавец отвечает):

– Dat heb je altijd met boxers (а так оно всегда с боксерами: «это имеешь ты всегда с боксерами»)!

Een man gaat naar een dierenwinkel. Hij vraagt de verkoper of hij ook een hond voor de bewaking te koop heeft. Na enig zoeken gaat de man met een hond naar huis. Twee weken later komt hij terug bij de dierenwinkel. Hij vraagt de verkoper:

– Wat heb ik nu aan zo’n hond. Elke keer als de bel gaat gaat hij in de hoek zitten.

Waarop de verkoper antwoordt:

– Dat heb je altijd met boxers!

Bij de dokter

(У врача)

Er komt een man bij de dokter (приходит мужчина к врачу).

Vraagt de dokter (врач спрашивает):

– Kan ik u helpen (могу я вам помочь)?

Zegt de man (мужчина говорит):

Перейти на страницу:
Нет соединения с сервером, попробуйте зайти чуть позже