Een man komt terug van de tandarts en ontmoet een vriend op straat.
– En hoe was het? – vraagt de vriend.
– De tandarts heeft twee tanden moeten trekken in plaats van 'e'en, – zegt de man.
– Waarom?
– Hij kon niet teruggeven van vijfentwintig euro.
Interessant stukje
(Интересная статейка)
Jan en Karel zitten rustig de krant te lezen
(Ян и Карел сидят и мирно/спокойно читают газету;Jan begint ineens een stukje uit de krant te scheuren
(Ян начинает внезапно вырывать один кусочек из газеты;– Interessant stukje
(интересная статейка)? Vertel: waarover gaat het (расскажи, о чем это/о чем идет речь)?Jan: – Over een man die zijn vrouw gedood heeft
(о мужчине, который убил свою жену;Karel knikt, maar kan niet goed volgen
(Карел кивает, но не может хорошо уследить/понять;– En wat ga je daar nu mee doen
(и что ты с ней собираешься теперь делать)?– Het in een van mijn zakken steken
(это в один из моих карманов вложить/засунуть).Jan en Karel zitten rustig de krant te lezen. Jan begint ineens een stukje uit de krant te scheuren. Karel vraagt hem:
– Interessant stukje? Vertel: waarover gaat het?
Jan: – Over een man die zijn vrouw gedood heeft omdat ze de gewoonte had zijn zakken te doorzoeken.
Karel knikt, maar kan niet goed volgen waarom Jan het stukje uitknipt.
– En wat ga je daar nu mee doen?
– Het in een van mijn zakken steken.
Onwaarschijnlijke geschiedenis
(Невероятная история)
Een Engelsman en een Amerikaan wedden
(англичанин и американец спорят) wie de meest „onwaarschijnlijke” geschiedenis kan vertellen (кто может рассказать наиболее невероятную историю).De Amerikaan begint
(американец начинает;– Er was eens een Amerikaanse heer
(жил-был один американский джентльмен;– Jij hebt gewonnen, – zegt de Engelsman
(ты выиграл, говорит англичанин;Een Engelsman en een Amerikaan wedden wie de meest „onwaarschijnlijke” geschiedenis kan vertellen.
De Amerikaan begint:
– Er was eens een Amerikaanse heer …
– Jij hebt gewonnen, – zegt de Engelsman.
In de klas
(В классе)
Glimlachend
(улыбаясь;