Читаем Нидерландский шутя. 150 анекдотов для начального чтения полностью

Dicht bij huis

(Близко к дому)

Jan maakte zijn huiswerk en moest weten waar Rusland ligt (Ян делал свое домашнее задание и должен был узнать, где находится: «лежит» Россия). Hij vroeg het aan zijn vader (он спросил это у своего отца; vragen) die even diep nadacht en toen antwoordde (который глубоко задумался и потом ответил; nadenken – размышлять, раздумывать /over – о/):

– Heel precies weet ik het niet (совершенно точно я это не знаю; prec'ies) maar het kan niet zo ver zijn (но это не может так далеко быть = не должно быть далеко). Bij ons in de fabriek (у нас на фабрике) werkt een Rus, en die komt elke dag met de fiets naar zijn werk… (работает один русский, и он приезжает каждый день на велосипеде на свою работу)

Jan maakte zijn huiswerk en moest weten waar Rusland ligt. Hij vroeg het aan zijn vader, die even diep nadacht en toen antwoordde:

– Heel precies weet ik het niet, maar het kan niet zo ver zijn. Bij ons in de fabriek werkt een Rus, en die komt elke dag met de fiets naar zijn werk …

Arm varken

(Бедная свинья)

Een varken ziet voor het eerst een stopcontact (свинья видит впервые розетку).

– O, wat zielig, – zegt het (о, как жалко, говорит оно /животное/ = она). – Hebben ze je in de muur gemetseld (они замуровали тебя в стену; metselen – класть кирпичи)?

Een varken ziet voor het eerst een stopcontact.

– O, wat zielig, – zegt het. – Hebben ze je in de muur gemetseld?

Even vergeten

(Позабыл)

Een kok plukt een kip (повар ощипывает курицу; plukken – срывать, собирать: bessen plukken – собирать ягоды; ощипывать) en stopt ze in een pan (и кладет ее на сковороду; stoppen – штопать; сунуть) maar hij vergeet het vuur onder de pan aan te steken (но он забывает зажечь огонь под сковородой; aansteken – зажечь, разжечь). Na een kwartier komt de kip naar de kok gewandeld en zegt boos (через четверть /часа/ подходит курица к повару: «приходит курица, гуляя, к повару» и говорит зло = сердито; wandelen – гулять, бродить):

– Zeg, ofwel geef je mij mijn veren terug (эй, или отдавай назад мои перья) ofwel steek je het vuur aan (или же запаливай огонь). Ik bevries van de kou (я замерзаю от холода)!

Een kok plukt een kip en stopt ze in een pan maar vergeet het vuur onder de pan aan te steken. Na een kwartier komt de kip naar de kok gewandeld en zegt boos:

– Zeg, ofwel geef je mij mijn veren terug, ofwel steek je het vuur aan. Ik bevries van de kou!

Twee vlooien

(Две блохи)

Op een avond komen twee vlooien uit een caf'e (в один вечер = как-то вечером выходят две блохи из кафе). Het regent hard, en de ene vlo zegt tegen de andere (идет сильный дождь: «дождит сильно», и одна блоха говорит другой):

– Wat doen we (что мы делаем = что будем делать)? Gaan we te voet of nemen we een hond (пойдем пешком или возьмем собаку; te voet – пешком; voet – нога /ступня/)?

Op een avond komen twee vlooien uit een caf'e. Het regent hard, en de ene vlo zegt tegen de andere:

– Wat doen we? Gaan we te voet of nemen we een hond?

Oud genoeg

(Достаточно взрослая)

Het is drie uur in de nacht (три часа ночи).

Перейти на страницу:
Нет соединения с сервером, попробуйте зайти чуть позже