– Goedemiddag, kan ik mijnheer even spreken
(добрый день: «добрый полдень», могу я поговорить с господином;– Hij is een poosje geleden uitgegaan
(он недавно вышел/ушел куда-то;– En mevrouw dan
(а с госпожой тогда)?– Die is ook uitgegaan
(она тоже ушла).– De jonge juffrouw is toch aanwezig
(молодая барышня все-таки присутствует = может быть, барышня дома)?– Nee, mijnheer, die is ook uitgegaan.
– Wel, dan zal ik maar even bij het vuur gaan zitten
(пожалуй, я тогда пойду присяду у огня/камина) en op de familie wachten (и подожду семью).– Het spijt me, meneer, maar het vuur is ook uitgegaan
(сожалею, господин, но огонь тоже погас: «вышел»:– Goedemiddag, kan ik mijnheer even spreken? – vraagt een jongeheer in de deuropening.
– Hij is een poosje geleden uitgegaan, – zegt de dienstbode.
– En mevrouw dan?
– Die is ook uitgegaan.
– De jonge juffrouw is toch aanwezig?
– Nee, meneer, die is ook uitgegaan.
– Wel, dan zal ik maar even bij het vuur gaan zitten en op de familie wachten.
– Het spijt me, meneer, maar het vuur is ook uitgegaan.
Gekruist
(Скрещенный)
Twee boeren ontmoeten elkaar
(двое крестьян встречаются друг с другом). Zegt de ene boer tegen de andere (говорит один крестьянин другому):– Ik heb vorig jaar een kip met een papegaai gekruist
(я в прошлом году скрестил курицу с попугаем).– En? Is het gelukt?
(и /как/? получилось?) – vraagt de andere boer (спрашивает другой крестьянин).– Dat zou ik denken
(я бы так подумал = конечно получилось). Als ze een ei gelegd heeft (если/когда она снесла яйцо) kakelt ze niet meer (не кудахчет она больше) maar ze komt het me zeggen (а приходит мне это =Twee boeren ontmoeten elkaar. Zegt de ene boer tegen de andere:
– Ik heb vorig jaar een kip met een papegaai gekruist.
– En? Is het gelukt? – vraagt de andere boer.
– Dat zou ik denken. Als ze een ei gelegd heeft kakelt ze niet meer, maar ze komt het me zeggen.
Vieze woorden
(Неприличные слова)
Een biggetje vraagt aan zijn moeder
(поросенок спрашивает у своей мамы):– Mams, moet ik voor het eten mijn pootjes wassen met zeep
(мам, я должен перед едой мои ножки мыть с мылом)?– Zeep? – Roept de zeug kwaad
(мыло? кричит свинья: «свиноматка» зло). – Zeep? Waar heb je dat vieze woord geleerd (где ты это грязное =